1.  • Crediteurenakkoord

Akkoord gaan met het crediteurenakkoord?

De risico’s van het wel of niet akkoord gaan met een aangeboden crediteurenakkoord

Inleiding

Bij een crediteurenakkoord dient allereerst een onderscheid te worden gemaakt tussen een buitengerechtelijk akkoord en een gerechtelijk akkoord. Hieronder worden beide varianten verder toegelicht.

Het buitengerechtelijk akkoord (voor faillissement)

De situatie waarbij een schuldenaar probeert om met al zijn schuldeisers een akkoord te sluiten waarbij de schuldenaar slechts een (beperkt) deel van zijn schulden terugbetaalt is een typisch voorbeeld van een buitengerechtelijk akkoord. In vrijwel alle gevallen wordt aan de schuldeisers voorgesteld om een bepaald percentage van de schuld te voldoen tegen finale kwijting. Om het aangeboden crediteurenakkoord deugdelijk te kunnen beoordelen is het voor de schuldeisers van groot belang dat door de schuldenaar voldoende informatie wordt verstrekt om het aanbod van de schuldenaar te kunnen beoordelen. Zo is het onder andere van belang te weten wie de schuldeisers zijn, hoe de schulden zijn opgebouwd, hoe de actuele financiële situatie van de schuldenaar is en hoe het concrete toekomstperspectief is. Daarnaast is het ook verstandig om te achterhalen of de schuldenaar het akkoord zelf financiert of dat een derde partij hiervoor een bedrag ter beschikking heeft gesteld.

Doorgaans zijn de preferente schuldeisers (zoals bijvoorbeeld de belastingdienst en het UWV) veelal bereid mee te werken aan het akkoord als dit de schuldenaar kan redden én als zij het dubbele percentage ten opzichte van de overige (concurrente) schuldeisers krijgen. In de loop der jaren zijn er onder andere voor dergelijke gevallen door de belastingdienst richtlijnen vastgesteld in de zogenaamde ‘leidraad invordering’.

Dwangakkoord na faillissement

Wanneer er uiteindelijk geen crediteurenakkoord tot stand komt en het faillissement wordt uitgesproken kan door de rechter een akkoord door de rechter worden vastgesteld dat jegens alle schuldeisers verbindend wordt verklaard. In dat geval is sprake van een dwangakkoord of faillissementsakkoord. Wanneer de helft van schuldeisers, die tezamen ook de helft van de uitstaande schulden vertegenwoordigen, het akkoord aanvaarden, is het akkoord aangenomen. Vervolgens moet de rechtbank het akkoord bekrachtigen: de homologatie van het akkoord. Wanneer dit is gebeurd dan is het akkoord jegens alle schuldeisers verbindend. Ook schuldeisers die tegen het akkoord hebben gestemd zijn er dan aan gebonden.

Bij bovengenoemd akkoord geldt, net als bij het buitengerechtelijke akkoord, dat de belastingdienst (krachtens de genoemde ‘leidraad invordering’) het dubbele percentage wil krijgen vergeleken met het percentage dat de overige schuldeisers zullen krijgen. Andere preferente schuldeisers gaan vaak akkoord met het voorstel dat aan de belastingdienst wordt gedaan.

Juridisch uitgangspunt – wettelijk kader

Uitgangspunt is dat een schuldeiser niet gedwongen kan worden akkoord te gaan met een aangeboden akkoord. In de jurisprudentie is echter uitgemaakt dat een weigering van het aanbod onder omstandigheden misbruik van bevoegdheid of handelen in strijd met de redelijkheid en billijkheid kan opleveren, dan wel strijdig kan zijn met hetgeen in het maatschappelijk verkeer volgens ongeschreven recht betamelijk is. Hiervan kan onder andere sprake zijn wanneer slechts één relatief kleine schuldeiser niet in stemt met het akkoord, met als gevolg dat het gehele akkoord niet zal slagen en een faillissement alsnog onafwendbaar is. Van een dergelijke uitzonderingssituatie is echter niet snel sprake.

In het Payroll-arrest heeft de Hoge Raad namelijk geoordeeld dat een weigerachtige debiteur onder zeer bijzondere omstandigheden toch kan worden gedwongen akkoord te gaan met het aanbod. Dit is het geval indien de schuldeiser in redelijkheid de aanvaarding van het aanbod niet had kunnen weigeren en daardoor misbruik van zijn bevoegdheid maakt. Ook in de uitspraak van bijvoorbeeld de rechtbank Den Haag speelde een dergelijke situatie. In deze situatie had de schuldeiser een zeer klein aandeel in de totale schuldenlast en het belang van de weigerende schuldeiser woog minder zwaar dan die van de schuldenaar en de overige schuldeisers. De weigerende schuldeiser was de enige die niet had ingestemd met het voorstel. Het oordeel in dit geval was dat de schuldeiser misbruik van haar recht maakt en veroordeelt de weigerende schuldeiser om alsnog in te stemmen met het aangeboden akkoord.

Gedwongen medewerking buitengerechtelijk akkoord

In bepaalde gevallen kan een schuldeiser in een buitengerechtelijk traject dan ook alsnog worden gedwongen in te stemmen met het aangeboden akkoord. Als de schuldeiser een procedure wil starten is dit vaak tijdrovend en brengt dit (hoge) kosten met zich mee. Dit is iets wat eens schuldenaar, die kennelijk bijna failliet is, zich doorgaans niet kan permitteren.

Geen buitengerechtelijk akkoord

Komt er geen akkoord tot stand dan volgt wellicht een faillissement. Dit is een ingrijpend gevolg voor alle betrokken partijen. Het buitengerechtelijk crediteurenakkoord kan een betere optie zijn dan het faillissement, nu in veel faillissementen geen of slechts een beperkte uitkering aan de concurrente crediteuren wordt gedaan. Niet in de laatste plaats omdat er bij het faillissement een curator betrokken is die (als eerste) betaald zal moeten worden.

Het is dus zaak om goed in te schatten welk bedrag en welk percentage u als schuldeiser door middel van een akkoord met de crediteuren kan ontvangen in relatie tot het bedrag en percentage dat mogelijkerwijs ontvangen zal gaan worden in een faillissementssituatie.

Misbruik van recht – redelijkheid en billijkheid

Wanneer om wat voor reden dan ook één of meerdere crediteuren niet wensen in te stemmen met het  is het de vraag of je als schuldenaar door je weigering om in te stemmen met het aangeboden crediteurenakkoord misbruik maakt van recht en of het niet-instemmen met een akkoord naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het ligt overigens op de weg van de schuldenaar om de specifieke feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen, waaruit zou blijken dat er inderdaad zodanige zeer bijzondere omstandigheden zijn dat één of meerdere schuldeisers naar redelijkheid en billijkheid niet tot weigering van instemming met het aangeboden akkoord heeft kunnen komen en aldus misbruik van recht maakt.

Van misbruik van recht is overigens niet snel sprake. We leven op dit moment echter in hele bijzondere tijden. Als duidelijk is dat de schuldeisers niets beters te verwachten heeft en zeker als een grote meerderheid van de schuldeisers daarvan overtuigd kan worden, behoort ook een onderhands akkoord tot de mogelijkheden en zal je als schuldeiser hiermee akkoord moeten kunnen gaan.

Wet WHOA (Wet Homologatie Onderhands Akkoord)

Met deze wet moeten situaties waarbij een of meerdere crediteuren een crediteurenakkoord kunnen blokkeren worden voorkomen. Met deze wet wordt (in de faillissementswet) een wettelijke basis gecreëerd voor een dwangakkoord buiten faillissement. Indien een schuldenaar een akkoord heeft aangeboden aan de schuldeisers en dit akkoord wordt aangenomen, kan de schuldenaar de rechtbank verzoeken dit akkoord algemeen verbindend te verklaren voor alle schuldeisers, tenzij de belangen van één of meer schuldeisers wordt geschaad. Als een schuldeiser reeds het faillissement van de schuldenaar heeft aangevraagd, dient de schuldenaar tegelijkertijd met het verzoek om het akkoord verbindend te verklaren een verzoek tot schorsing van de faillietverklaring te doen. Dit verzoek van de schuldenaar wordt door de rechtbank met voorrang behandeld, zodat de schuldenaar niet failliet wordt verklaard alvorens er naar het akkoord wordt gekeken.

Als de schuldeisers het aangeboden akkoord hebben verworpen kan de schuldenaar dit akkoord alsnog verbindend laten verklaren. De weigerende groep schuldeisers die geen gegronde reden heeft wordt dan toch gebonden aan het akkoord. Dat is anders dan nu het geval is waarbij immers één of meerdere afzonderlijke schuldeisers kunnen worden gedwongen om akkoord te gaan met het akkoord. Dit is echter niet het geval als er een groep schuldeisers wordt benadeeld. Dit is bijvoorbeeld het geval als een groep schuldeisers tegen heeft gestemd omdat de uitkering in faillissement hoger zou zijn dan de uitkering conform het akkoord.

De rechter kijkt bij zijn beoordeling naar alle omstandigheden van het geval. Zo zal hij de uitkering die schuldeisers krijgen in en buiten faillissement kunnen vergelijken en als er een meerderheid van de schuldeisers tegen het akkoord heeft gestemd, zal de rechter ook kijken naar het draagvlak voor het akkoord. Als de rechter tot het oordeel komt dat het akkoord niet verbindend kan worden verklaard, gezien het belang van een bepaalde groep schuldeisers, zal hij het verzoek afwijzen en tevens het verzoek tot schorsing van de faillietverklaring afwijzen. Het faillissement moet dan niet verder worden uitgesteld, gezien de oplopende schulden. De rechter zal dus eerst het aangeboden akkoord en de redelijkheid ervan beoordelen en kijken naar alle omstandigheden van het geval, alvorens hij wel of niet overgaat tot het uitspreken van het faillissement.

Advies of hulp nodig? Neem vandaag nog contact op met een van de adviseurs van Horeca Maatwerk.  

Pin It on Pinterest

Share This