1.  • 
  2. Blog
  3.  • Cameragebruik en de AVG; wat is daar (mis) mee?

Cameragebruik en de AVG; wat is daar (mis) mee?

Veel werkgevers/ organisaties maken gebruik van camera’s. Daarvoor zijn verschillende redenen te bedenken: het voorkomen van diefstal, het voorkomen van fraude of het beveiligen van personen (werknemers of gasten) tegen geweld.

Deze redenen worden in de privacywetgeving ‘doeleinden’ genoemd. Het moet (van tevoren) goed duidelijk zijn wat het doel is van het cameragebruik. Is dit niet het geval dan is het cameragebruik in ieder geval niet toegestaan.

Daarnaast moet duidelijk zijn of er sprake is van openbaar of van verborgen, heimelijk cameratoezicht.

Wanneer het doel van het cameragebruik goed en nauwkeurig is omschreven en wanneer duidelijk is of het om openbaar of verborgen cameratoezicht gaat moet aan de hand van de van toepassing zijn (privacy) wetgeving worden bekeken onder welke voorwaarden het cameragebruik mogelijk is.

In de (privacy)wetgeving vindt een beoordeling van het cameragebruik plaats aan de hand van twee uitgangspunten: enerzijds de bescherming van de privacy van de betrokkene (de werknemer of de gast) en anderzijds of het gebruik van het cameratoezicht een gerechtvaardigd doel dient.

Wettelijke grondslagen
Vervolgens moet voor het gebruik van het cameratoezicht sprake zijn van één of meerdere wettelijke grondslagen. Deze wettelijke grondslagen staan limitatief opgesomd in de AVG, de Algemene Verordening Gegevensbescherming, de geldende privacywetgeving in Nederland. Deze wettelijke grondslagen zijn de volgende:

  • Toestemming van de betrokken persoon (de betrokkene) van wie de gegevens worden verwerkt;
  • Uitvoering van een overeenkomst;
  • Een wettelijke verplichting;
  • Bescherming van vitale belangen;
  • Het uitvoeren van een taak van algemeen belang of uitoefenen van openbaar gezag;
  • Het behartigen van het gerechtvaardigde belang;

Wanneer geen sprake is van één (of meer) van de hierboven genoemde wettelijke grondslagen of redenen dan is het cameragebruik niet toegestaan.

Voor het gebruik van cameratoezicht op de werkvloer door de werkgever zal doorgaans een beroep op het wettelijke grondslag ‘gerechtvaardigd belang’ worden gedaan. Slaagt dit beroep en is er sprake van een gerechtvaardigd belang dan is het cameragebruik in principe toegestaan.

Vervolgens moeten er nog een drietal andere vragen bevestigend worden beantwoord:

  1. Is het noodzakelijk om het cameragebruik toe te passen of kan het beoogde doel, het doeleinde wellicht op een andere minder verstrekkende manier worden bereikt?
  2. Weegt het belang van de exploitant/ werkgever zwaarder dan het belang van de personen (werknemers/ gasten) die worden gefilmd (het proportionaliteitsbeginsel)?
  3. Kan hetzelfde resultaat worden bereikt met minder ingrijpende en minder vergaande maatregelen (het subsidiariteitsbeginsel)? Het doel van cameragebruik in een sauna kan bijvoorbeeld zijn het voorkomen van diefstal. Dit doel is echter op een andere veel minder ingrijpende manier te bereiken, bijvoorbeeld door het plaatsen van kluisjes. Hierbij is ook van belang wanneer de camera aan- of uitstaat en of er met of zonder geluid wordt opgenomen.

De grondslag, de reden‘ gerechtvaardigd belang’ is door de AP (de Autoriteit Persoonsgegevens) verder uitgewerkt in een aantal beleidsregels. Hieruit volgt kort gezegd dat bij het beoordelen van het cameratoezicht alle omstandigheden van het geval meegenomen moeten worden.

Instemming/ toestemming OR
Voor wat betreft het verborgen cameratoezicht geldt voorts nog dat de omstandigheid dat verborgen camera’s worden gebruikt in algemene zin binnen het bedrijf kenbaar moet worden gemaakt. Daarnaast moet de OR om instemming voor het cameratoezicht worden gevraagd. Het gaat hier immers om het verwerken en beschermen van persoonsgegevens.

Wanneer alle hierboven omschreven hobbels zijn genomen en het cameratoezicht (dus) toegestaan is, is het cameragebruik en de verkregen beelden aan allerlei voorwaarden gebonden. Er worden immers (veel) persoonsgegevens verwerkt.

Beveiliging & bewaring persoonsgegevens
De AVG bepaalt onder andere dat de organisatie die de persoonsgegevens verwerkt, de verwerkingsverantwoordelijke, alle noodzakelijke technische en organisatorische maatregelen moet treffen die noodzakelijk zijn voor een goede beveiliging en het bewaren van de verkregen persoonsgegevens. Voor wat betreft het bewaren van de persoonsgegevens geldt in het algemeen dat de gegevens niet langer dan 4 weken bewaard mogen worden.

DPIA verplicht of niet
In sommige gevallen is voorafgaand aan het gebruik van cameratoezicht een DPIA (een Data Protection Implementation Assessment, of in goed Nederlands een gegevens effect beoordeling) vereist. In dit stuk moete worden beschreven of sprake is van een wettelijke grondslag, waar die uit bestaat, wat de gevolgen zijn van de privacy van de betrokken personen en op welke wijze deze gevolgen ondervangen worden. De AP heeft een lijst opgesteld voor verwerkingen van persoonsgegeven waarvoor het opstellen van een DPIA verplicht is.

Uit deze lijst volgt dat in ieder geval voor ‘heimelijk cameratoezicht’ om diefstal en fraude van werknemers bestrijden het opstellen van een DPIA in ieder geval verplicht is.

Ook bij niet heimelijk cameragebruik kan het opstellen van een DPIA verplicht zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij ‘de grootschalige verwerking van persoonsgegevens’ of ‘de stelselmatige monitoring van de activiteiten van werknemers’ (denk hierbij aan het controleren van het e-mail en het internetgebruik).

Biometrische camerabeveiliging
In dit verband nog een korte opmerking over het gebruik van biometrische camerabeveiliging. Bij biometrische camerabeveiliging is (in tegenstelling tot bij het gebruik van gewone camerabeveiliging) sprake van het verwerken van bijzondere persoonsgegevens. Voor het gebruik van dergelijke camera’s is een DPIA in ieder geval verplicht. Daar komt bij dat het verwerken van bijzondere persoonsgegevens (ras en biometrische gegevens) verboden is.

Conclusie
Wanneer je als organisatie en als werkgever over wilt gaan tot cameragebruik dan zul je voorafgaand aan het cameragebruik duidelijk voor ogen moeten hebben wat het doel is van het cameragebruik en dit vervolgens goed moeten omschrijven. Dit doel moet vervolgens in overeenstemming zijn met een van de wettelijke grondslagen.

Daarna moet er een belangenafweging plaatsvinden (het proportionaliteits- en het subsidiariteitsbeginsel) en zal, bij grote organisaties, de OR om instemming voor het cameragebruik moeten worden gevraagd. 

Tot slot zal de wijze van het gebruik van de camera’s en de risico’s voor de betrokkene(n) in een DPIA moeten worden beschreven en vastgelegd. 

Bij een zorgvuldig gebruik van camera’s in uw organisatie en bij het opstellen van een DPIA komt heel veel kijken. Het is dan ook zaak om u vanaf het begin af aan goed te laten voorlichten en tijdig hulp te zoeken. De juristen van Horeca Maatwerk kunnen u adviseren en u helpen een DPIA op te stellen zodat het cameragebruik in uw organisatie goed is geregeld.

Advies nodig?

Horeca Maatwerk adviseert je over het cameragebruik in je organisatie.
Voor advies of hulp bij het opstellen van een DPIA kun je uiteraard contact met ons opnemen. Neem voor meer informatie over prijzen en mogelijkheden (vrijblijvend) contact met ons op.

 

Pin It on Pinterest

Share This